Hulpmaterialen (onder constructie)

Wat maakt de L-OEP methode anders? 

De meeste cycli voor onderzoekend en ontwerpend leren (OOL) lijken in de basis op elkaar. Ze gaan van een vraag naar een antwoord. Toch onderscheidt de L-OEP methode zich op vier cruciale punten:

1. Radicale vereenvoudiging (4 stappen i.p.v. 7)

Veel gangbare modellen in het onderwijs hanteren 6 of 7 stappen (bijv. Verwonderen -> Verkennen -> Opzetten -> Uitvoeren -> Concluderen -> Presenteren -> Verdiepen).

  • Het L-OEP verschil: Door terug te gaan naar slechts vier kernfasen, wordt het model behapbaarder. Voor leerkrachten die net beginnen met OOL is een 7-stappenplan vaak intimiderend. Vier stappen (L-O-E-P) zijn makkelijk te onthouden, zeker met het acroniem erbij. Het offert nuance op voor duidelijkheid en werkbaarheid.

2. Expliciete integratie van Onderzoeken ÉN Ontwerpen

Vaak zie je dat scholen of een cyclus voor wetenschappelijk onderzoek gebruiken, of een cyclus voor ontwerpend leren (Design Thinking).

  • Het L-OEP verschil: Dit model brengt beide werelden expliciet samen in fase 3 (Experimenteren). Het laat zien dat de structuur hetzelfde is, maar de actie verschilt:

    • Onderzoeken: Waarnemen en meten (vergrootglas/notitieboek).

    • Ontwerpen: Maken, testen en verbeteren (gereedschap/vogelhuisje). Dit is een grote pré voor Wetenschap & Technologie (W&T) onderwijs, waar deze twee vaak door elkaar lopen.

3. Sterke nadruk op de 'pre-fase' (Laden)

Veel modellen beginnen direct met 'De Vraag' of 'Verwonderen'.

  • Het L-OEP verschil: De fase 'Laden' erkent expliciet dat je niet 'zomaar' een goede vraag kunt stellen. Je moet eerst 'geladen' worden. De metafoor van de rugzak (voorkennis activeren) en het belang van enthousiasme ("Wow, dat vind ik leuk!") krijgen hier een prominente eigen plek vóórdat het echte werk begint.

4. Visuele metaforen als kern

Sommige modellen zijn erg abstract, met termen als 'synthetiseren' of 'evalueren'.

  • Het L-OEP verschil: Dit model is ontworpen als een visueel anker. De metaforen zijn concreet en direct begrijpelijk voor kinderen:

    • De rugzak vullen (Laden).

    • De bouwtekening maken (Opzetten).

    • De handen uit de mouwen (Experimenteren).

    • Op de berg staan voor overzicht (Perspectief).